Raphaël, Hannah en Yentl: kerststerren

‘Krachtig Kind’ is de titel waarmee de Protestantse Kerk Amsterdam, de Lutherse Gemeente van Amsterdam en de gemeente van Amstelveen-Buitenveldert aandacht vragen voor het kerstfeest. Het kind in de kribbe krijgt klinkende namen, ‘vredevorst’, ‘goddelijke held’, de verwachtingen zijn hooggespannen, maar tegelijk is dit kind ook een kwetsbaar kind.
In drie filmpjes spelen drie kinderen van vandaag de dag een hoofdrol. We zien hoe zij juist in hun kind-zijn, krachtig zijn. In hun zorg om kwetsbare mensen, in de onbevangenheid waarmee ze zich door de wereld bewegen, in hoe ze open staan voor wie er niet bij horen. Wie zijn ze? We stellen ze aan u voor.

Yentl (8)

Op de ochtend van de opnames speelde Yentl (8) nog een potje Monopoly met haar vader. Maar ineens kreeg ze een telefoontje dat één van de hoofdrolspelers van de filmpjes ziek was geworden. Natuurlijk wilde ze best invallen, want Yentl speelt graag toneel. Behalve dat ze op school toneelles krijgt en ook zelf nog op musicalles zit, is ze ook de grappigste van de klas. ‘Als iemand verdrietig is, ga ik opeens iets doen en dan vindt de ander dat grappig. Maar ik begrijp eigenlijk niet echt waarom.’
In het filmpje speelt Yentl een meisje dat met Kerst twee vluchtelingen uitnodigt om mee te eten. Ze hebben geen geldige verblijfspapieren en daardoor geen huis. Zelf zou ze dat niet zo snel doen. ‘Want dat zouden mijn vader en mijn moeder niet zo leuk vinden. Kerst is namelijk voor het hele gezin en dan willen we wel echt even met het hele gezin zijn. En in onze straat komt dit ook nooit voor.’
‘Maar deze zomer zijn we met het hele gezin naar Tanzania geweest naar weeshuiskinderen. De oom van mijn moeder heeft daar namelijk een weeshuis en wij wilden de kinderen opvrolijken, want ze zijn daar heel arm. Ik heb bijvoorbeeld spelletjes met ze gedaan, zoals tikkertje en verstoppertje. En ik heb ze ook geholpen met hun huiswerk. De kinderen daar moeten namelijk om vijf uur op, terwijl hun school pas om acht uur begint. En ze zijn al om drie uur klaar, maar ze komen pas om zes uur thuis en soms zelfs nog later. Want ze moeten heel lang in de schoolbus zitten, die heel ver omrijdt.’ Eigenlijk vindt Yentl dat deze kinderen een eigen schoolbus moeten krijgen.

Hannah (7)

Hannah (7) heeft misschien wel de spannendste rol van allemaal. In haar filmpje danst een meisje op de muziek van een straatmuzikant bij het Rijksmuseum. En zij speelt dat meisje! Gelukkig houdt ze heel erg van dansen en zou ze wel op balletles willen. En ook toneelspelen kan ze al. In een voorstelling van de BSO mocht zij een rol spelen! In de liedjes moesten ze zelfs twee keer heel hard ‘hou je bek!’ zingen, iets dat normaal nooit zou mogen.
Net als bij Raphaël mag er ook bij Hannah in de klas wel eens een kind niet meedoen. Maar daar hebben ze een goede oplossing voor bedacht. ‘Twee kinderen gingen met zijn tweetjes spelen. En eerst mocht ik helemaal niet meedoen en de andere kinderen ook niet. En de kinderen die allemaal niet mochten meedoen, gingen toen samen spelen. En daarna gingen we het eigenlijk koppelen, zodat we allemaal met elkaar gingen spelen.’
Een andere keer die ze zich herinnert is toen ze samen uit gym liepen terug naar school. Eén meisje liep alleen achter en werd door twee jongens geplaagd. ‘Ik zei toen tegen mijn vriendin: laten we even wachten dat kan ze met ons meelopen.’ Haar klasgenootje kon aansluiten en het plagen stopte, want tegen drie meisjes durfden de jongens niets te doen. ‘Ik vind het zelf ook veel leuker om niet alleen te lopen. Samen is veel gezelliger, ook voor haar!’

Raphaël (10)

Voor Raphaël (10) is het de eerste keer dat hij als filmacteur optreedt. Een beetje wennen is dat wel, met al dat wachten en steeds weer opnieuw overdoen. Keer op keer stapt hij stoer het zebrapad op en helpt een oud dametje naar de overkant, terwijl er een ongeduldige motorrijder komt aan scheuren. Het is een gekke rol: ‘Ik heb nog nooit gehoord dat iemand dat deed, je ziet het eigenlijk nooit gebeuren,’ vertelt Raphaël. Maar als er een ouder iemand een bus of een tram in komt, staat hij wel op: ‘dat dan weer wel, maar dat is toch iets anders.’
Het is een drukke dag voor Raphaël. Na de opnames gaat hij naar Nijmegen waar zijn broer in een groot accordeonorkest speelt en vlak voor de opnames stond hij nog als keeper op het voetbalveld, waar hij een paar belangrijke reddingen heeft verricht. ‘Twee ballen waren er ineens, dat waren ook wel hele grote kansen en die had ik alle twee. De ene tikte ik net over de lat en de andere haalde ik uit de hoek.’ Niet voor niets staat zijn team eerste.
Toch zijn opstaan in de bus of eerste staan met voetbal niet de momenten waarop hij zich het meest krachtig voelt. Dat is misschien wel meer het geval op school als hij voor zichzelf opkomt. ‘Als iemand uit je klas bijvoorbeeld vervelend zit te doen en je een beetje plaagt. Dan ga je naar de juf of meester, of je negeert ze heel erg. Maar meestal lukt dat niet, want mijn klas is enorm druk en vorig jaar werd er ook wel gepest. Negeren is dan wel echt moeilijk, want ze blijven dan alleen maar praten, zelfs door de juf heen tijdens toetsen.’ Ondertussen vraagt Raphaël zich wel af of voor jezelf opkomen en voor een ouder iemand opstaan nou echt zo bijzonder zijn: ‘want dat doet toch iedereen?’

Tekst interviews: Alfard Menninga, adviseur jeugd van de Protestantse Kerk Amsterdam